De boel op z’n kop zetten, dat mag ik graag doen. Misschien spreekt het principe van de ‘Flipped Classroom’ (ook wel Inverted Classroom genoemd) me daarom wel zo aan. Steeds weer kom ik er in gesprekken over het ontwerpen van onderwijs op terug. Niet alleen als het gaat om eLearning, maar ook in ‘gewoon’ onderwijsontwerp.
Kort samengevat gaat het er bij het ‘flippen’ van je onderwijs om dat je al het overdragen van informatie, dat traditioneel gezien veelal in het leslokaal gebeurt, uit je colleges haalt. In plaats daarvan bestuderen studenten die informatie thuis. In de meeste beschrijvingen van de Flipped Classroom heeft men het dan over het thuis bekijken van video, bijvoorbeeld in de vorm van webcolleges en kennisclips, maar het kan volgens mij ook gaan om het lezen van artikelen, boeken en websites, of het beluisteren van audio.
In elk geval: tijdens het college geeft de docent geen college meer. Als je die contacttijd niet meer gebruikt om informatie over te dragen door middel van zenden, kun je de tijd in het lokaal anders gebruiken. Bijvoorbeeld om te werken aan wat je, traditioneel gezien, huiswerk zou noemen. Wanneer studenten met elkaar en met de docent, in de klas, aan opdrachten werken, kunnen ze elkaar helpen de bestudeerde theorie toe te passen en te doorgronden, en kun je als docent elke student veel gerichter helpen.
Al een tijdje heb ik het idee dat je, door je onderwijs meer op deze manier in te richten, veel praktischer aan de slag kan. Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet tegen het traditionele college. Een goed live betoog kan enorm inspirerend zijn. Maar ik vind wel dat het college veel te vaak gebruikt wordt om zaken uiteen te zetten die studenten ook op een andere manier tot zich zouden kunnen nemen. Als ze getriggerd worden om zelf de informatie te bestuderen, kun je de lestijd volgens mij veel effectiever benutten. Je kunt praktischer aan het werk, zodat studenten niet alleen informatie opnemen, maar deze ook leren analyseren en toepassen.
‘Toepassen’, ‘doorgronden’, ‘analyseren’… Het zijn termen die veel docenten en onderwijskundigen direct doen denken aan de Taxonomie van Bloom, waarin verschillende niveaus van cognitieve vaardigheden worden benoemd. De simpelste vaardigheid is, volgens dit model, onthouden en de meest ingewikkelde creëren. Wanneer je een toetsmatrijs maakt, waarin je voor elke toetsvraag of opdracht aangeeft op welk niveau je toetst, merk je maar al te vaak dat we in het onderwijs vaak blijven hangen in de ‘lagere’ vaardigheden van onthouden, begrijpen en toepassen. Tot evalueren en analyseren van kennis, en vervolgens op basis van die kennis iets creëren, kom je naar mijn gevoel niet vaak genoeg.
Maar wat nu als je het uitgangspunt van de Flipped Classroom in een potje doet met de Taxonomie van Bloom en dan flink gaat schudden? Dat is wat Shelley Wright beschrijft in haar blog Flipping Blooms Taxonomy. Daarin zet ze het model van Bloom op z’n kop, en dan krijg je ineens een geweldige onderbouwing van het waarom van de Flipped Classroom.
Het klinkt ingewikkeld, maar het is uitermate simpel. Begin met het ‘hoogste’ niveau: creëren. Laat je studenten iets maken. Samen, of alleen. In de les. Evalueer dat vervolgens met elkaar: ‘wat is er goed, wat is minder goed’. Dan ga je analyseren: ‘welke overeenkomsten zijn er te benoemen tussen de goede voorbeelden? En welke tussen de slechte?’. Volgende stap: toepassen. Er is een theorie die helpt met het rubriceren, benoemen of verklaren van die groepen goede en slechte voorbeelden. Maar welke? Studenten kunnen thuis die theorie bestuderen, en in de volgende les deze toepassen op hun eigen creaties en analyses. Vervolgens kunnen ze teruggaan naar hun werk en dat op basis van de theorie verbeteren. Door deze manier van toepassen gaan de studenten de theorie echt begrijpen, en doordat ze alle voorgaande stadia doorlopen hebben, zullen ze het geleerde makkelijker onthouden. Kortom: volgens Wright is onthouden niet de eerste stap in Blooms piramide, maar de laatste.
Het is, in al z’n eenvoud, een heel slim model, dat Wright presenteert. Mijn handen jeuken om een opdracht, een les of zelfs een module via dit principe te ontwerpen. Wellicht dat het dan echt lukt om de boel op z’n kop te zetten!

