De tweede lesperiode van het studiejaar is voor mij altijd een drukke periode, omdat we in dat blok de module aanboden die ingaat op de boekenuitgeverij. Aanboden: verleden tijd inderdaad. Dit studiejaar hebben we ons onderwijs aan een stevige update onderworpen, en dat betekent onder andere dat de mediumspecifieke modules onder handen zijn genomen.

Waar de we afgelopen jaren het traject van auteur tot boekhandel vanuit het perspectief van de uitgeverij onder de loep namen, is het uitgangspunt in ons nieuwe curriculum het crossmediale concept. Dat betekent echter niet dat we niets meer over boeken en de uitgeverij vertellen, de focus is alleen veranderd.

Dat klinkt als iets dat niet per se veel gevolgen hoeft te hebben, maar het tegendeel is waar. Vrijwel geen enkel onderdeel van de oude module kan een-op-een hergebruikt worden, en de afgelopen maanden is er enorm veel tijd gaan zitten in het ontwerpen van een volledig nieuw project. We bedachten het uitgangspunt voor de opdracht, zochten een opdrachtgever in het werkveld, selecteerden literatuur die niet alleen op het onderwerp, maar ook op het voorgaande en opvolgende project aansluit én niet overlapt met de ondersteunende modulen, en puzzelden ons suf op een manier om al deze onderdelen bijeen te brengen.

Alle puzzelstukjes bij elkaar.

Eind september sloot ik me met mijn collega-coördinator een middag op in een vergaderruimte buiten ons eigen gebouw, met alle literatuur, een flip-overvel, een stapel gekleurde post-itblaadjes en een paar stiften. Tijdens die sessie vielen alle puzzelstukjes op hun plek, en kregen we eindelijk grip op de grote lijnen van het project. Net op tijd om te gaan schrijven aan de modulehandleiding en te beginnen met het ontwerpen van alle bijeenkomsten.

Dat zijn er nogal wat: de studenten krijgen elke week een hoorcollege van 100 minuten, plus daarnaast een werkcollege, ook van 100 minuten, waarin de theorie uit het hoorcollege en de literatuur vertaald wordt naar de projectopdracht, en tot slot zien ze elke week in groepjes van 8 hun docent tijdens coachingsuren, waarin de voortgang besproken wordt. Kortom: drie bijeenkomsten (vijf lesuren) per week, en dat gedurende zeven weken, maakt eenentwintig bijeenkomsten. Die moeten allemaal door ons opgezet en voorbereid worden, want we draaien dit project met elf docenten, waarvan zes freelancers. Allemaal mensen met heel veel verstand van zaken, de grofweg hetzelfde onderwijs moeten verzorgen zodat studenten aan het eind allemaal in grote lijnen hetzelfde geleerd hebben.

Samengevat: een behoorlijk bak werk voor mijn mede-modulecoördinator en mij. Gelukkig dat we het samen doen, en elkaar ondertussen bijna zo goed kennen als een getrouwd stel – dat maakt het leven een stuk aangenamer. Het werk is nog lang niet af, maar alles voor de eerste weken staat klaar. Ik ben benieuwd: het is toch altijd weer spannend, helemaal ‘vers’ onderwijs. De aankomende weken moet duidelijk worden of de puzzel klopt, of dat we toch nog wat moeten schuiven met een aantal van de stukjes. Spannend!

Tagged on: