De laatste tijd hebben we het in ons team veel over ‘de aanwezigheidsplicht’. We zijn dit jaar overgegaan op een strenger regime, waarbij we studenten verplichten om werkcolleges te volgen. Zijn ze te vaak afwezig, dan volgt een extra opdracht. Wanneer je zoiets invoert, moet je de gevolgen natuurlijk wel monitoren en evalueren. Vandaar dat we het er vaak over hebben.

De meningen van studenten lijken verdeeld: sommigen vinden het vreselijk om als kleuters behandeld te worden, anderen vinden het fijn dat hun minder gemotiveerde studiegenoten nu eindelijk eens komen opdagen bij colleges. Ook docenten zijn verschillende meningen toegedaan. Zelf vind ik het ingewikkelde materie. Ik zie de voordelen, maar gevoelsmatig ben ik niet voor verplichte aanwezigheid.

Een voordeel is dat alle studenten de materie in de werkcolleges langs zien komen. Dat is wel zo handig wanneer ze in een groep met die stof aan de slag moeten. Eerder konden studenten die het college oversloegen vaak niet aan de slag met de opdracht, omdat ze niet wisten waar die over ging. Beetje jammer voor hun groepsgenoten.

In principe zou het ook beter zijn voor het rendement: studenten die de colleges volgen zullen sneller slagen voor het tentamen, is de verwachting. Ik vind het lastig om te bepalen of dat zo is: omdat we behoorlijke veranderingen in ons curriculum hebben doorgevoerd kun je niet zonder meer bepalen of een tentamen beter gemaakt is dan vorig jaar. Laat staan dat je een eventuele verbetering simpelweg kunt toeschrijven aan de verplichte aanwezigheid.

En toch, hoe fijn ik het ook vind dat de opkomst hoger is en ik geen les sta te geven aan drie studenten omdat de rest mijn college overbodig (of beroerd geroosterd) vindt… Het staat me tegen. Omdat we zeggen dat we werken volgens het principe van afnemende sturing (hoe verder je komt, hoe minder de begeleiding door ons gereguleerd wordt) maar tegelijkertijd in het tweede jaar strenger zijn dan in het eerste jaar, waar het de aanwezigheid betreft.

Waar houdt dat dan op? Na het vierde jaar? Dat lijkt me geen goed idee… Op een gegeven moment moeten studenten het bedrijfsleven in. Wij moeten ze daarvoor klaarstomen, daarop aansluiten, ze voorbereiden op ‘de echte wereld’. Als wij als opleiding een ‘afgesloten wereldje’ maken, waarin we ‘studenten tegen zichzelf beschermen’ omdat ze ‘nog niet klaar zijn voor meer verantwoordelijkheid’ (let op alle aanhalingstekens), bereiden we onze studenten niet écht voor op die echte wereld.

Dan blijven we ze ‘beschermen’ tot ze het diploma hebben, en gooien we ze daarna over de muur het echte leven in, zonder te kijken naar hoe dat echte leven er achter die muur uitziet. Dat moeten we volgens mij niet willen. Op een gegeven moment moeten studenten toch leren wel hun verantwoordelijkheid te nemen. En daar gaan ze waarschijnlijk een paar keer bij onderuit. Maar dan toch liever bij ons, in een min of meer veilige omgeving, dan straks in het bedrijfsleven, omdat wij ze voortdurend tegen zichzelf beschermd hebben…

Waar het uiteindelijk om zou moeten gaan is niet het rendement of de verplichting. Wat we voor elkaar moeten zien te krijgen, is een cultuur waarin colleges inhoudelijk gezien onmisbaar blijken. Wanneer studenten alleen al het gevoel hebben dat ze een module wel met alleen het boek en de sheets bestuderen kunnen halen, is er iets fundamenteels mis met het onderwijs. Niet met de studenten. Dan zijn de colleges teveel herhaling en samenvatting. Wanneer de toets (in wat voor vorm dan ook) niet te halen valt zonder actieve deelname, dan klopt het. Niet wanneer je studenten met stokslagen en verplichte samenvattingen van boeken moet dwingen tot studeren… Volgens mij is het handiger om onze energie te steken in het onmisbaar maken van de colleges, in plaats van steeds weer te discussiëren over het al dan niet zetten van kruisjes op een namenlijst.

Tagged on:         

One thought on “Dilemma: aanwezigheidsplicht

  • Ik moet even denken aan de directeur van mijn instituut in Utrecht, slimme, aardige wiskundige van middelbare leeftijd die Spaans ging leren. Uit vrije wil. Hij zat nog niet in de schoolbank of hij zat te klieren en met propjes te gooien. Ja, zeidie, dat is nu eenmaal het effect dat een schoolbank op me heeft, kennelijk. Conditionering gaat ver terug! (Hij heeft priveles genomen.)

Comments are closed.