Afgelopen week was het weer tijd om een herkansing te maken voor een module die ik samen met een collega coördineer. Die module wordt in twee gedeeltes getoetst: studenten leveren een rapport in met daarin uitwerkingen van verschillende opdrachten, en maken een multiple choice tentamen over de stof uit colleges en de reader. Toen we (wegens verschuiving van de module) voor de vierde keer binnen een jaar weer met hetzelfde soort vragen aan het worstelen waren, bekroop me het gevoel dat wij meer opsteken van dat hele tentamen dan onze studenten. Volgens mij verdiepen ze zich een paar dagen in de reader over een vakgebied dat de meesten niet aanspreekt, maken ze het tentamen en dumpen vervolgens alles wat ze in hun hoofd gestampt hadden weer snel.

Eigenlijk kun je dat de studenten niet eens verwijten. Het is al een vakgebied dat voor veel studenten een ver-van-m’n-bedshow is, en dan gaan wij toetsen op een manier die het uitlokt om te stampen in plaats van te begrijpen. Daarbij, waarom willen we eigenlijk dat ze zoveel leren over deze branche? Let wel: het gaat in een flink deel van het tentamen echt over branchekennis. Welke concerns, wat is de rol van bepaalde mensen, waarom is iets op een bepaalde manier georganiseerd; dat soort informatie. Best nuttig, maar stof voor een mc-tentamen? Kortom, ik twijfel ernstig over de zin van deze manier van toetsen, omdat ik betwijfel of studenten er echt iets van leren.

Die twijfel werd afgelopen week nog eens versterkt, toen we voor de master een tweede bijeenkomst over toetsing hadden. Het is werkelijk ironisch, maar de man die dit onderdeel geeft, en ons dus iets moet bijbrengen over de betrouwbaarheid, validiteit en transparantie van het meten van kennis, was op z’n zachtst gezegd nogal vaag over de toetsing van zijn onderdeel.

De beschrijving van de eindopdracht was aan de cryptische kant (hoewel dat met enige uitleg wel iets beter werd), criteria ontbraken en die kon hij ook niet mondeling toelichten, en als ik heel eerlijk ben, vraag ik me af wat nu eigenlijk het nut van de hele opdracht is. Maar goed, het zwaartepunt van deze module ligt, zoals deze docent ook benadrukte, bij het onderzoek dat we doen en het gaat om een vrij klein opdrachtje, dus besloot ik het te laten voor wat het was. Om mezelf vervolgens te betrappen op de gedachte: hoe doe ik dit zo snel mogelijk, met zo min mogelijk inspanning, op zo’n manier dat de docent tevreden is.

Kortom, een typisch gevalletje surface learning: oppervlakteleren. Definitie: ‘de student ziet de taak als een eis waaraan hij moet voldoen, een op zichzelf staand iets dat tijd ‘kost’ en waar hij geen persoonlijke betekenis aan geeft’. Terwijl je als docent natuurlijk altijd het tegenovergestelde wilt bereiken: deep learning, waarbij een student met plezier en interesse aan een opdracht werkt, verbanden legt met eerdere kennis en vaardigheden, op zoek is naar de onderliggende betekenis van de opdracht en zich de stof eigen probeert te maken door er persoonlijke inhoud aan te geven.

Nu kwam mijn neiging tot ‘surfacen’ vooral door de vaagheid van de docent in kwestie, maar het laat wel zien hoe snel je, ook als gemotiveerd en geïnteresseerd student, omslaat en gewoon maar door de hoepel springt omdat het nu eenmaal moet. En dat is precies wat ik mijn studenten (lang niet allemaal zo geïnteresseerd in mijn module) met dat multiple choice tentamen laat doen: door een hoepel springen. Door de manier van toetsen blijft hun leren aan de oppervlakte.

Wat mij betreft staat deze module op de rol voor stevige wijzigingen op het moment dat we het curriculum gaan aanpassen. En dan is het de kunst om ‘m zo aan te passen dat er meer samenhang met andere modulen ontstaat, studenten meer getriggerd worden, en studenten echt de diepte in te laten gaan. ’t Zou zomaar kunnen dat dat multiple choice tentamen dan toch sneuvelt…

Tagged on: