De stapel kijkt zichzelf niet na... (foto: www.addeta.nl)

‘Ik kom verdorie niet aan m’n werk toe’, verzuchtte ik woensdag weer eens tussen de afspraken door. Een collega tikte me meteen op de vingers: al die afspraken waren ook werk. Dat weet ik natuurlijk wel, en gesprekken met studenten, overlegjes met collega’s en vergaderingen van onder andere de opleidingscommissie zijn echt ook werk. Maar op zo’n dag dat ik niet langer dan 20 minuten aaneengesloten achter m’n bureau zit en van afspraak naar afspraak hol, blijft er zoveel ander werk liggen.

Vooral het nakijkwerk schoot er bij in. Niet zo handig, met een deadline op vrijdag. En ik ken mezelf een beetje, nakijken is niet mijn favoriete klus, dus dat blijft ook het eerst liggen. Er is altijd wel iets dat ik eerst moét doen. Niet slim, want de stapel kijkt zichzelf heus niet na.

Gelukkig werd de deadline ietsje opgerekt naar de maandag, en kon (iets minder gelukkig) het nakijkwerk mee naar huis voor het weekend. Eerst donderdag nog een volle VU-dag (jeeeee, statistiek en kwantitatief onderzoek) en vrijdag kon ik er echt niet meer onderuit. Beetje jammer dat ik ondertussen ook keelpijn en een snotkop had opgelopen, dat haalt de vaart ernstig uit het nakijktempo.

Resultaat: vrijdag een deel gedaan, zaterdag een onderdeel doorgewerkt en nog twee onderdelen (keer 30 studenten elk) te gaan. Zucht. Gelukkig heb ik geen andere plannen, dus kan de zondagmiddag worden besteed aan 30 promotie-opzetten en boektrailers. Morgenochtend dan maar thuis werken en 30 aanbiedingsteksten doornemen, en dan zit het er gelukkig weer op. Als er ten minste niet te veel onvoldoendes zijn, anders zie ik die weer terug in de herkansing over een week of wat. Het lijkt verdorie wel werk…

Tagged on: